|
Pony’s worden gefokt en niet door schrijnwerkers of machines gemaakt, wat dus wil zeggen dat geen enkele Shetlander 100% volmaakt is. Ook al wordt er in de volksmond al eens gezegd “ fokken is gokken” toch moet men een aantal raskenmerken zo goed mogelijk proberen na te streven. Hieronder volgt een korte uiteenzetting van de belangrijkste kenmerken.
Algemeen voorkomen hengst:
Robuuste, sterk gespierde, geharde en zeer vitale pony, met veel weerstandsvermogen. Hij moet ook kracht levendigheid en moed uitstralen.
Algemene omschrijving hengst:
Romp: gedrongen kort en zeer goed gespierd. De hoogte van de romp is +/- de helft van de schofthoogte.De lengte wordt onderverdeeld in 3 gelijke delen. Hierna genaamd voorhand (schouder tot en met schoft),rug en achterhand (kruis, gevormd door bekkenbeen en kruisbeen, tot aan de staart).
Voorhand: schouder is sterk gespierd, zeer schuin lopend vanaf de voorborst tot aan de schoft.
Schoft: breed en goed ingezet.
Rug: breed en recht, vormt een vlotte overgang met schoft en kruis
Achterhand: kruis is breed en lang, in het midden gescheiden door een lichte groef, alsook licht gebogen tot aan de staartinplanting. Het kruis heeft dezelfde hoogte als de schoft.
Staart: hoog ingeplant, dik begroeid en zeer volumineus ontwikkeld, dikwijls hangend tot op de grond.
Hals: middellang, bovenzijde licht gebogen, zeer goed gespierd, tamelijk laag aangezet, versmallend en fijn aangezet aan het hoofd.
Manen: voorzien van veel hard en recht haar dat de hals moet kunnen bedekken, reikt tot op de rug. De maantop is goed ontwikkeld, bedekt het voorhoofd en komt voorbij de ogen. Hetzelfde haar voor de maantop en de staart. (staart- en maneneczeem niet toegestaan)
Hoofd: stomp, klein en breed.
Neusgaten: groot en goed openstaand.
Ogen: groot met veel uitdrukking, beschermd door tamelijk sterk uitstekende wenkbrauwen (glazige ogen zijn toegelaten, volledige maanogen niet toegestaan, ringoog wel aanvaardbaar).
Oren: zeer klein en rechtopstaand.
Tanden: zeer goed op elkaar geplaatst (overbeet maximum 25% tandbreedte)
Borst: breed met goed gebogen ribben
Voorbenen: sterk beendergestel. Van voren gezien recht en evenwijdig aan elkaar. Ongeveer een hoefbreedte uit elkaar geplaatst.
Onderarm: lang en stevig.
Voorknie: stevig, voldoende dik en breed.
Pijp: kort met sterk beendergestel.
Hoef voorbeen: rond, goed gevormd met harde gladde en zeer stevige hoorn. Vormt samen met de koot een hoek van +/- 55° met de grond.
Achterbeen: sterk beendergestel. Van achteren gezien recht en evenwijdig aan elkaar.
Bil: zeer goed gespierd en dik.
Hak of spronggewricht: goed gericht ligt gebogen, noch elleboogvormig, noch recht.
Hoef achterbeen: iets scherper dan voorbeen, vormt samen met koot een hoek van +/- 60° met de grond.
Testikels: normaal ontwikkeld, gelijk van grootte en stevigheid, beiden normaal gelegen in de balzak.
Gangen: ruim, krachtig, en soepel en snel.
Vacht: elke haarkleur is toegestaan behalve appaloosa. In de zomer is het haar fijn, kort en glanzend, in de winter is het lang overvloedig en bedekt het een onderlaag van kort haar; deze beide haarlagen kunnen vergeleken worden met vilt en bieden een goede bescherming tegen regen en koude.
Afmetingen: maximum hoogte op 4 jarige leeftijd is 1.07m er is geen minimumhoogte.
Algemeen voorkomen merrie:
Dezelfde kenmerken als bij de hengst, met het verschil dat de bespiering iets minder krachtig is, de lijnen iets ronder en de ruglengte iets langer.
|